HERALD OF FREE ENTERPRISE Versie 2

De bijgewerkte versie met de uitgebreide getuigenis van Dany Salembier en de bijkomende foto's.

Bron foto: Geen eigen foto. Opvang door Rode Kruis Hulpdienst vrijwilligers op de muur van Zeebrugge van per boot aangevoerde slachtoffers en overbrenging naar ziekenwagen of bussen van de Lijn

Een nacht die diepe sporen naliet

Op 6 maart 1987 voltrok zich voor de kust van Zeebrugge een van de grootste scheepsrampen uit onze moderne geschiedenis. De Herald of Free Enterprise kapseisde kort na het vertrek uit de haven. Bij de ramp kwamen 193 mensen om het leven.

De tragedie trof niet alleen de slachtoffers, hun familieleden en de overlevenden. Ook in Brugge en Zeebrugge werden talrijke hulpverleners, vrijwilligers en gewone burgers geconfronteerd met de gevolgen van de ramp.

De hulpverlening kwam op grote schaal op gang. Ziekenhuizen vingen slachtoffers op, vrijwilligers boden hulp aan de kade en hotels stelden hun deuren open. In de weken die volgden, wachtte de betrokken hulpdiensten bovendien een bijzonder zware opdracht bij de berging en identificatie van de overledenen.

Aan de hand van verschillende persoonlijke getuigenissen blikken we terug op deze gebeurtenissen. Hun verhalen tonen niet alleen de omvang van het drama, maar ook de menselijke inzet en solidariteit die in die moeilijke periode ontstonden.

De eerste uren: triage en een geïmproviseerd mortuarium

Roland Van Wulpen was destijds gewesthoofd van de Rode Kruis Hulpdienst in de regio. Hij werd tijdens de rampnacht opgeroepen en liet de verschillende afdelingen samenkomen.

Aanvankelijk werd in de haven een triagepost op een ponton ingericht. De geredden werden daar opgevangen en vervolgens naar ziekenhuizen of opvangcentra vervoerd.

Toen vanaf ongeveer middernacht hoofdzakelijk nog overledenen werden aangebracht, kreeg Roland de opdracht om in de sportzaal van Zeebrugge een geïmproviseerd mortuarium in te richten.

Zijn ervaring, onder meer opgedaan in de begrafenisonderneming van zijn vader, kwam daarbij van pas. Samen met jonge vrijwilligers hielp hij tijdens het weekend bij de verzorging van de eerste 95 overledenen.

Een van zijn herinneringen is die aan een Engelse man die zijn moeder, echtgenote, dochter en kleinkind had verloren. Hijzelf had de ramp overleefd doordat hij net op het moment van het kapseizen naar de bar was gegaan om drankjes te halen.

Ook na het lichten van het schip werden vrijwilligers ingeschakeld bij de identificatie van de overledenen, samen met de Rijkswacht, de politie en gespecialiseerde medewerkers uit Londen.

Dany Salembier: de lange nacht op de havenmuur

Dany Salembier werkte in die periode als paramedicus-ergotherapeut in AZ Sint-Jan in Brugge. Daarnaast was hij vrijwilliger bij de Rode Kruis Hulpdienst Brugge. Hij maakte de ramp vooral mee vanuit die laatste functie.

De avond van 6 maart kreeg hij vanuit het Rode Kruis een alarmoproep. Hij begaf zich naar het Rode Kruislokaal in de Langestraat, in de gebouwen van hotel Verriest. Vandaar vertrok hij met zijn eigen wagen, samen met enkele andere vrijwilligers, naar Zeebrugge. Ze moesten zich aanmelden op de marinebasis.

Toen ze aankwamen, was de hulpverlening al geruime tijd aan de gang. Slachtoffers waren met bussen van De Lijn afgevoerd.

De rit naar Zeebrugge maakte meteen duidelijk hoe groot de inzet was. Dany herinnert zich de expresweg Brugge–Zeebrugge als één lange rij voertuigen met blauwe zwaailichten, zover hij kon kijken. Een onwezenlijk beeld.

Hulpdiensten uit heel Vlaanderen waren opgeroepen. Op de havenmuur van Zeebrugge wachtten vrijwilligers op boten die slachtoffers aanvoerden. Zij hielpen om de mensen over te brengen naar de wachtende ziekenwagens.

Het was een bijzonder koude nacht. De vrijwilligers gebruikten hun eigen dekens om zich tegen de kou te beschermen.

De meeste slachtoffers waren al met bussen geëvacueerd toen Dany ter plaatse kwam. Af en toe arriveerde nog een boot. Een beeld dat hem is bijgebleven, is dat van een onderkoeld meisje dat naar een ziekenwagen werd gebracht. De hulpverleners moesten de pers opzijduwen om de doorgang vrij te maken. Het meisje werd naar AZ Sint-Jan vervoerd en zou de ramp overleven.

Ook het geluid van de Seakinghelikopters staat in zijn geheugen gegrift. Het voortdurend af- en aanvliegen, met het overweldigende geluid dat daarbij hoorde, is hem altijd bijgebleven.

Tijdens die nacht zag hij ook premier Wilfried Martens op de havenmuur aankomen voor een interview.

Opvang in Brugge: het Novotel als veilige haven

Toen de aanvoer van slachtoffers stopte, verplaatsten Dany en de andere vrijwilligers zich diezelfde nacht naar het Novotel in Sint-Michiels. Daar werden niet-gewonde slachtoffers opgevangen die de nacht niet alleen hoefden door te brengen.

Dany herinnert zich onder meer een Poolse vrachtwagenchauffeur. Later die nacht moest een vrouw die in shock raakte met een ziekenwagen naar AZ Sint-Jan worden vervoerd.

Het hotel zorgde voor koffie, ontbijt en opvang voor de vrijwilligers. Die praktische hulp was belangrijk na een lange en koude nacht waarin iedereen zich had ingezet om anderen bij te staan.

De solidariteit beperkte zich niet tot de professionele hulpdiensten. Ook plaatselijke handelaars, hotels en andere burgers boden spontaan hulp aan.

Zo schonk een lokale schoenhandelaar honderden schoendozen met schoenen voor slachtoffers die tijdens hun vlucht uit het schip hun schoeisel waren kwijtgeraakt. Het hotel stelde eten en drinken ter beschikking van zowel slachtoffers als hulpverleners.

Dany kwam pas rond tien uur 's morgens thuis. Toch stond er die dag nog meer op zijn programma: hij ging naar de jaarlijkse ‘Dag van de beroepservaring’, georganiseerd door Rotary Brugge. 's Avonds volgde het jaarlijkse feest van de plaatselijke afdeling van het Rode Kruis Brugge. De sfeer was er volgens hem bijzonder bedrukt.

De gebeurtenissen lieten niemand onberoerd.

De hulpverlening en de onzichtbare littekens

De ramp bracht ook in de omgeving van de haven heel wat mensen in contact met de gevolgen van het drama.

Berlinda Keukelinck, die vlak bij de haven woonde, herinnert zich het voortdurende geluid van de helikopters gedurende de nacht.

Iwan Vandewalle zag omstreeks drie uur 's nachts televisiebeelden van mensen met dekens over hun schouders op de marinebasis. Hij werkte toen bij Sport Vlaanderen, het vroegere Bloso, en kreeg die nacht de vraag of er kamers beschikbaar waren voor honderd slachtoffers. Die slachtoffers zouden uiteindelijk niet aankomen: ze waren omgekomen.

Ook de lokale politiediensten werden zwaar ingezet. Jørgen De Vlam vertelt hoe zijn vader, politieman in Zeebrugge, na enkele dagen verlof werd opgeroepen voor dringende interventies op de toegangswegen. Toen de Britse premier Margaret Thatcher de rampplaats bezocht, werd hij gevraagd haar te begeleiden vanwege zijn kennis van het Engels.

Premier Martens, Burgemeester Bourdon en ziekenhuisdirecteur Maurice Van Oyen

Andere getuigenissen herinneren aan de psychologische gevolgen van de ramp. Overlevenden moesten niet alleen lichamelijke verwondingen verwerken, maar soms ook het verlies van familieleden en de traumatische omstandigheden waarin ze aan het schip waren ontsnapt.

De opvang en registratie van slachtoffers verliepen bovendien onder grote druk. Verwarring over namen, onder meer wanneer bij gehuwde vrouwen de naam van hun echtgenoot werd genoteerd, kon de identificatie bemoeilijken.

De psychologische nazorg stond in 1987 nog niet op hetzelfde niveau als vandaag. Voor veel betrokkenen bleven de herinneringen aan die nacht en de dagen erna dan ook bijzonder zwaar.

Een maand later: opnieuw naar Zeebrugge

Voor Dany Salembier eindigde zijn betrokkenheid niet na de eerste nacht.

Ongeveer een maand na de ramp werd de Herald of Free Enterprise gelicht. Daarbij werden nog talrijke slachtoffers geborgen. Voor de opvang en identificatie werd een hangar op de marinebasis ingericht.

Het Rode Kruis werd gevraagd om samen met de identificatiedienst van de Rijkswacht, de DVI, hulp te bieden. De vrijwilligers konden zelf beslissen of ze aan deze opdracht wilden deelnemen. Het was immers geen gewone hulpverleningstaak en de omstandigheden waren bijzonder zwaar.

Dany besloot mee te werken.

De vrijwilligers stonden in voor het vervoer van de slachtoffers op brancards binnen een georganiseerd circuit. Ze hielpen ook bij het zoeken naar identificatiemiddelen, zoals persoonlijke kenmerken, portefeuilles en tatoeages. De gevonden informatie werd doorgegeven aan de Rijkswacht.

Ook medewerkers van Townsend Thoresen, de rederij van het schip, waren aanwezig.

Een van de aangrijpende momenten die Dany zich herinnert, was de ontdekking van een bemanningslid dat nog werkkledij van de rederij droeg. Ook de berging van een kinderlichaampje is hem altijd bijgebleven.

De lichamen werden vervolgens verder onderzocht en voorbereid op repatriëring. Dany beschrijft hoe de slachtoffers na de autopsie en de verdere verzorging op brancards in een koelwagen werden geplaatst.

Het was een opdracht die diepe sporen naliet. Voor de vrijwilligers betekende ze dat ze opnieuw geconfronteerd werden met de menselijke gevolgen van de ramp, ook weken nadat het schip was gekapseisd.

De herinnering aan de hulpverleners

In AZ Sint-Jan werd de beddencentrale ingericht als mortuarium voor de vele slachtoffers. Het ziekenhuis speelde een belangrijke rol bij de opvang en verzorging van de gewonden en bij de organisatie van de hulpverlening.

Dany bewaart ook een tastbare herinnering aan de erkenning die de Britse overheid aan de hulpverleners betoonde. Hij maakte een foto van een bedankingsplaat die jarenlang in de inkom van AZ Sint-Jan hing.

Op de plaat staat in het Nederlands en het Engels een dankbetuiging voor de hulp en de zorgen die aan de Britse slachtoffers van de scheepsramp in maart 1987 werden verleend. De plaat werd aangeboden door het Britse Department of Health and Social Security.


De bedankingsplaat die jarenlang in de inkom van AZ Sint-Jan hing. Foto: Dany Salembier.

De plaat herinnert eraan dat de hulpverlening niet onopgemerkt bleef. Achter de cijfers en de officiële verslagen stonden mensen die zich tijdens en na de ramp hadden ingezet, vaak onder uitzonderlijk moeilijke omstandigheden.

Een blijvende herinnering

Op 30 april 1987 werden de redders en hulpverleners tijdens een officiële receptie ontvangen. Het was een moment van erkenning voor hun inzet.

De getuigenissen tonen hoe een scheepsramp zich niet beperkt tot het wrak op zee. De gevolgen reiken tot de ziekenhuizen, de hulpdiensten, de opvangcentra en de gezinnen van slachtoffers en hulpverleners.

Voor Dany Salembier bleef niet alleen de eerste nacht bij. Ook de latere opdracht bij de identificatie van de slachtoffers maakte diepe indruk. Zijn verhaal herinnert ons eraan dat hulpverlening soms betekent dat mensen niet alleen anderen moeten redden, maar ook geconfronteerd worden met situaties die ze hun hele leven meedragen.

Bijna veertig jaar later blijft het belangrijk om deze ervaringen te bewaren. Niet alleen om de slachtoffers en hun nabestaanden te herdenken, maar ook om erkenning te geven aan iedereen die hulp bood.

De ramp met de Herald of Free Enterprise is een verhaal van diepe rouw, maar ook van solidariteit. In Zeebrugge en Brugge stonden hulpverleners, vrijwilligers, ziekenhuizen, hotels, handelaars en gewone burgers klaar om te helpen waar dat nodig was.

Hun inzet verdient het om herinnerd te blijven.